Uit de nieuwsbrief (sept. 2009) 2

Ervaringen van vrijwilligsters

Wanneer ik terugdenk aan mijn beginperiode als vrijwilliger in het hospice, dan denk ik vooral aan mijn onzekerheid. Ik was voornamelijk bang om mensen pijn te doen tijdens hun verzorging. Bij binnenkomst rook het al anders dan thuis, of verbeeldde ik mij dat! Of was het onbewust toch mijn angst voor het onbekende dat mij parten speelde. De dood was mij tot dan toe volkomen onbekend. Naast mijn grootouders en een enkel familielid heb ik nog nooit iemand aan de dood verloren. Misschien heeft mijn nieuwsgierigheid, naast mijn wil om iets belangeloos voor een ander te doen, er toe geleid dit werk te gaan doen.

Tijdens de inwerkperiode liep ik er voor mijn gevoel wat verloren bij. Getroffen door de kwetsbaarheid van de gasten, vroeg ik mij af of mijn aanwezigheid iets toevoegde. Wilde de gast wel aangeraakt worden, wilde de gast mijn stem wel horen? Of moest ik als een muis door de kamer lopen. Alle zintuigen spelen daarbij een rol. Ik ervoer dat een klein gebaar, zoals een vers glaasje water of het opschudden van een kussen vaak al meer betekende dan dat ik ooit had gedacht.

Kortom hoe terughoudender ik mij opstel des te meer stelt de gast zich voor mij open. Daarnaast is er de zorg voor de familie en vrienden. Bij hun is de onmacht vaak groter dan bij de gast: "omdat loslaten van een dierbare vaak zo enorm moeilijk is".

Wat mij het meeste raakt is de puurheid van de mens tijdens het afscheid nemen van het leven. Ik zie het als een ui. Als alle lagen weg vallen blijft de kern over: de mens in al zijn eenvoud en puurheid. Die zelfde puurheid die ik meen te herkennen bij mijn kinderen. Opmerkelijk vind ik het dat er zoveel gelachen wordt in het hospice. In het begin trapte ik in elk grapje van een gast, omdat ik niet verwachtte dat je in je laatste dagen nog grapjes kunt maken. Leven en dood, vreugde en verdriet liggen nou eenmaal dichter bij elkaar dan je in je dagelijkse bestaan soms ervaart.

Ik voel het als een voorrecht om een stukje mee te mogen lopen met een gast in deze fase van zijn of haar leven. Het helpt mij ook om eerder stil te staan bij wat voor mijzelf belangrijk is. Het is dan ook heel bijzonder te ervaren dat in een hospice het accent niet op sterven ligt, maar dat er bij uitstek aandacht is voor het leven.

Vrijwilligsters Manon en Merie

* * *

Hoe ervaar ik het nieuwe hospice in vergelijking met het oude hospice? Deze vraag werd mij voorgelegd en daar wil ik een antwoord op geven. Ik werk ongeveer tien jaar in het hospice en heb dus een hele periode in het oude hospice gewerkt. Altijd met veel inzet en het gaf een voldaan gevoel. Aan het knusse van het kleine, denken we nog wel eens terug. Maar nu in vergelijking met het nieuwe hospice. Het nieuwe is voor onze gasten een grote vooruitgang, de mooie kamers met eigen douche en toilet en het vierentwintig uur aanwezig zijn van een verpleegkundige. Dat zijn wel de belangrijkste verschillen. Het werken met wel honderd verschillende gezichten lijkt mij voor de gasten niet altijd gemakkelijk. Maar het is ook niet zo belangrijk dat de gasten ons gezicht onthouden, als zij maar liefdevol verzorgd worden! En dat is voor mij hetzelfde als in het oude hospice, je bent er voor de gast om die een zo prettig mogelijk “laatste stukje leven” te laten leven. Verder is het handig en fijn werken in zo’n mooi nieuw hospice! Ik hoop dit nog wel een tijdje te mogen doen.

Vrijwilligster Grietje Posthouwer